De nieuwe projectoproep'Brusselse voorbeeldgebouwen'

In aansluiting op haar projectoproepen 'Voorbeeldgebouwen' tussen 2007 en 2013 heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in april 2016 een nieuw ambitieus en vernieuwend initiatief gelanceerd: Be.Exemplary - de Brusselse Voorbeeldgebouwen.

Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest organiseert al sinds 2007 projectoproepen om de bouw of de renovatie van 'Voorbeeldgebouwen' op te waarderen en te bevorderen. Het wil de projecten steunen die een kwaliteitsvolle architectuur combineren met zeer goede energie- en milieuprestaties en met aandacht voor het sociaaleconomische aspect.

Na het succesvolle verloop van de Batexprojecten (voorbeeldgebouwen) van 2007 tot 2013, heeft de Brusselse Hoofdstedelijke Regering in haar nieuwe projectoproep 'Be.Exemplary' het kader van de thema's aanzienlijk verbreed. Het doel: tegemoetkomen aan de uitdagingen waarmee ons Gewest geconfronteerd wordt en daarbij meer aandacht besteden aan initiatieven die zich toespitsen op het welzijn van de Brusselaars, op de stedenbouwkundige kwaliteit en de milieudimensie.

Voor wie?

De projectoproep staat open voor alle opdrachtgevers (gezinnen, openbare besturen, para-openbare instellingen, vzw's, ondernemingen, promotoren, enz.) die in het Brusselse Gewest renoveren of bouwen. De projectoproep heeft betrekking op elke mogelijke bestemming.

Hoe?

Voor deze projectoproep Be.Exemplary wil het BHG voorbeeldprojecten op het gebied van constructie of renovatie begeleiden, subsidiëren en steunen. Deze projecten moeten voldoen aan sociale criteria en bijdragen aan de architecturale kwaliteit, de verdichting, de sociale en/of functionele mix, de energie-economie, de duurzaamheid van het milieu, de mobiliteit, de opwaardering van de werkgelegenheid, van de plaatselijke knowhow, de vrijwaring van de energiebronnen door de invoering van de kringloopeconomie, de opwaardering van het erfgoed, de reconversie van gebouwen, tijdelijke herhuisvesting …

De laureaten kunnen begeleiding krijgen bij de samenstelling van het dossier, en kunnen bovendien een subsidie genieten van 100 euro/m² voor de realisatie van hun project, steun bij de opvolging van de werf en een aanzienlijke promotionele ondersteuning.

Al staat de territoriale ontwikkeling centraal in het gewestelijke beleid, het is het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG) dat dringend een antwoord moet bieden op de uitdagingen die het gevolg zijn van de voorspelde bevolkingsexplosie. Om aan deze uitdaging het hoofd te bieden heeft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich er tijdens deze legislatuur toe verbonden het renovatiebeleid van de wijken te versterken en 6 500 nieuwe openbare woningen te creëren, waarvan 60 % sociale woningen. De Regering heeft daartoe een reeks ambitieuze operationele maatregelen getroffen: 10 nieuwe gemengde wijken, de ontwikkeling van duurzame wijken, stadsvernieuwingscontracten, een projectoproep 'voorbeeldgebouwen', enz.

Vier Thematieken Voor een Uitdaging

Be.Exemplary heeft als doel om projecten te selecteren die op korte en middellange termijn concreet verwezenlijkt zouden worden. De voorgestelde aanpak heeft bewust een open karakter en is gericht op vernieuwing.

Elk project moest binnen zijn eigen context zijn specifieke karakter positioneren ten aanzien van de 4 thema's die de globale Brusselse uitdaging vormen. De geselecteerde projecten moesten niet aan alle doelstellingen voldoen, maar ze moesten vernieuwende antwoorden bieden in hun programmatie enerzijds, en blijk geven van architecturale, stedenbouwkundige en technische pertinentie anderzijds

Deze component integreert het geheel van meerwaarden dat het project voor de omgeving tot stand brengt: de architectuur- en landschapskwaliteit van het project, en de integratie van het project in zijn context, maar ook de sociale en structureel-economische invalshoek (programmawaarde, volumetrie, …) en de infrastructuuraspecten (mobiliteit, etc.).

Integratie in de context

• De morfologische kwaliteiten van het project met het oog op de integratie ervan in zijn omgeving, maar ook de voordelen of opportuniteiten die gecreëerd worden door het project ruimtelijk in kaart te brengen op sociaal, economisch, programmatorisch en infrastructuurniveau.

• De wijze waarop het project rekening houdt met de verschillende territoriumschalen (buren, wijk, stad, gewest, ...) en bijdraagt tot het stedelijke landschap (openbare verlichting, ...)

• De wijze waarop het project uitstijgt boven de intrinsieke kwaliteiten van de site, de bestaande gebouwen en het erfgoed.


Dichtheid

• De wijze waarop het project bijdraagt tot een optimaal grondgebruik, stelt een aangepaste voetafdruk voorop en helpt om de braakliggende terreinen optimaal te beschermen, terreinen-in-opbouw opnieuw te gebruiken of bestaande gebouwen te herbestemmen.

• De wijze waarop het project bijdraagt tot een geschikte dichtheid voor zijn omgeving.



Activering van de openbare ruimte en genereuze benadering van de gemeenschappelijke ruimte

• De wijze waarop het gebouw bijdraagt tot de activering van de aanpalende openbare ruimte (programma, actieve gevels, etc.).

• De generositeit van het architectuurproject ten opzichte van de gemeenschappelijke ruimten en zijn buitenomgeving.


Beperking van de negatieve gevolgen

• De wijze waarop het project in zijn ontwerp de gevolgen op de omgeving beoogt te verminderen door de impact op de fysieke omgeving (schaduw, wind, lichtvervuiling, hitte-eilanden en wijziging van het omgevingsgeluidniveau, etc.) te beperken (beheren).


BEWOONBAARHEID

Deze component integreert de menselijke relationele kwaliteiten gegenereerd door de architectuur. De manier waarop een plaats bewoond kan worden in termen van ruimte, maar evenzeer in termen van sociale en menselijke relaties, comfort en welzijn. Het gaat zowel om de bewoonbaarheid van de gebouwen als om die van de openbare ruimten.


Ruimtelijke kwaliteit

• De wijze waarop het architectuurproject een bewoonde plek genereert, fungeert als basis van een activiteit en diens mogelijkheid om gedragingen te beïnvloeden of te genereren.

• Er wordt begripsmatig aandacht besteed aan de ruimtelijke kwaliteit (comfort, sfeer, ruimtelijke statuten) en aan de gewenste en gegenereerde relaties.


Functionaliteit

• De functionaliteit binnen het ontwerp van het project: opzetten van functies, rekening houden met het verschillende tijdsbestek, mobiliteit en toegankelijkheid, leesbaarheid, etc.


Functionele mix

• De wijze waarop het project bijdraagt aan een geschikte functionele vermenging, door de combinatie van programma's in het project zelf of door de complementariteit van het project met zijn omgeving.


TECHNIEK

Oplossingen voor de beperkingen en verwachtingen op het vlak van stabiliteit van het gebouw, zijn constructiemethode, zijn energieprestaties en zijn duurzaamheid. De duurzaamheid van het project zal bekeken worden binnen de menselijke, economische en milieugebonden aspecten. Het betreft de economische facetten in de ruime zin van het woord, zowel wat het naleven van een vooraf gegeven budget betreft als de omstandigheden waarin elke partner bijdraagt aan het project (onder meer de erelonen).


Duurzaamheid

• Het evenwicht tussen de menselijke, economische en milieugebonden aspecten.

• De manier waarop de duurzaamheidsaspecten worden geïntegreerd vanaf het ontwerp van het architectuurproject.


Flexibiliteit en evolutief karakter

• De wijze waarop wordt nagedacht over het architectuurproject als constructie, renovatie of reconversie van een erfgoed voor de huidige en toekomstige generaties.

• De toegevoegde waarde van het project inzake het evolutieve en flexibele karakter van het gebouw en de talrijke gebruiksmogelijkheden.

• Rekening houden met een voldoende flexibiliteit zodat er gemakkelijk functionele aanpassingen kunnen worden gedaan en het gebouw geschikt blijft om aan de behoeften van de gebruikers en de maatschappij te voldoen.

Be.Exemplary is een bewoond project dat beantwoordt aan de evolutie van de leef- en werkwijze en de wijze van socialisering. Het is een project dat de levenskwaliteit in de stad verbetert en de sociale relaties bevordert. Centraal in het project staat het menselijke aspect. In die geest moeten de projecten die in aanmerking komen:

Verbondenheid creëren

• Het project moet bijdragen aan een levende wijk door de interactie te versterken en door een sociale aanwezigheid te garanderen. Het is de bedoeling om de gebouwen die het sociaal isolement tegengaan, te valoriseren door mogelijkheden te bieden voor formele en informele ontmoetingen in het kader van gemeenschappelijke en gedeelde ruimten en functies.

• De invoering van ontmoetingsmogelijkheden in het programma dankzij gedeelde voorzieningen (gemeenschappelijke tuin, een ruimte om te knutselen en voor spel, een washok, een ruimte voor hobby's, een gemeenschappelijke moestuin, een speelzaal, enz.) of functies en ruimten die voor iedereen toegankelijk zijn, zal op positieve wijze in aanmerking genomen worden, net als het gemeenschappelijke karakter van het gebruik ervan, van de ruimten, enz.

• Deze dimensies kunnen ook toegepast worden via de tewerkstelling van wijkbewoners. Op zich dient het Be.Exemplary-gebouw het samengaan van verschillende functies en/of het samenwonen van verschillende gebruikers te vergemakkelijken.

De toegankelijkheid bevorderen

• Het project moet voor iedereen toegankelijk zijn Het project zal er eveneens op toezien dat de gebruikers de plaatsen comfortabel kunnen bewonen en er de activiteiten kunnen uitoefenen die inherent zijn aan hun persoonlijkheid, statuut of project. Zowel voor private als publieke projecten moet het gebouw iedere gebruiker toelaten om zich de ruimte eigen te maken en er volgens zijn levensstijl te wonen.

• Er zal in het bijzonder aandacht besteed worden aan de toegang voor personen met een beperkte mobiliteit (PBM) en aan de kostprijs van het project, met inbegrip van de kostprijs van de bouw, de exploitatie en het onderhoud. De sociale dimensie van een gebouw wordt immers ook gewaardeerd door de overeenstemming van zijn totale kostprijs met het gebruik dat ervan gemaakt wordt en door de toegankelijkheid voor verschillende inkomensniveaus.

Voor de projecten die dat met name gezien hun omvang toelaten, bevorderen het projectbeheer en de voorgestelde methodologie het overleg met de burgers: het gaat erom de bestaande gebruikers toe te laten zichzelf in een veranderend levenskader te plaatsen en om het project te kaderen in het bestaande sociale en stedelijke weefsel.

Flexibel, aanpasbaar en modulair zijn

• Het project moet voldoende flexibel zijn zodat er gemakkelijk functionele aanpassingen mogelijk zijn en het gebouw geschikt blijft om aan de behoeften van de gebruikers en de maatschappij te voldoen.

• Het project moet op een duurzame basis flexibel, aanpasbaar en modulair zijn: of het er nu om gaat te kunnen reageren op de evoluerende levenswijzen van een gezin, een bedrijf, etc. of het gebouw op lange termijn te kunnen herbestemmen. De toegevoegde waarde van het project zit in het evolutieve en flexibele karakter van het gebouw en de talrijke gebruiksmogelijkheden die daaruit voortvloeien.

• De kenmerken 'flexibiliteit' en 'aanpasbaarheid' van het gebouw worden dus positief in aanmerking genomen tijdens de beoordeling van de projecten.

Sociale en functionele vermenging bevorderen

• Zowel het programma als de organisatie van de ruimten moeten de complementariteit van de gebruikers en de aangeboden diensten bevorderen, waarbij elke gebruiker zich de ter beschikking gestelde ruimten of de nieuwe stedelijke configuratie van het project eigen kan maken.

• Het gemengde karakter kan kaderen in het programma van het project, op schaal van deze laatste, op schaal van de wijk of op schaal van het BHG: er moet voor gezorgd worden dat het project beantwoordt aan de doelstellingen van het BHG, onder meer door in te spelen op de bevolkingsgroei in het Gewest.

Het doel is om de mogelijkheden van het gebouw in termen van milieuprestaties zoveel mogelijk te benutten door te illustreren wat men er het best mee kan doen in functie van de beschikbare (technische en financiële) middelen, en daarbij rekening te houden met de architecturale, erfgoedkundige en stedelijke context die specifiek is aan het kandidaat-project.

De kandidaat-projecten moeten concrete antwoorden bieden op de milieu-uitdagingen voor de 6 thema's die hierna beschreven worden:

• Energie

• Waterbeheer

• Materialen

• Natuurlijke omgeving en biodiversiteit

• Comfort en gezondheid

• Mobiliteit


Energie

• Voor nieuwe gebouwen volstaat de EPB-regelgeving. Toch zal een slimme integratie van hernieuwbare energieën of elke andere vernieuwende aanpak die het jaarlijkse primaire energieverbruik sterk in de buurt van of op nul kan brengen, op een positieve wijze in aanmerking genomen worden.

• Voor de renovatie moet de kandidaat aantonen dat de energieprestatie die zou voortvloeien uit de renovatiewerken, via een globale aanpak verkregen werd. Het gebouw moet in zijn geheel (architectuur, omhulsel, technische systemen, ...) worden bestudeerd en beschreven in het kandidatuurdossier. Het eenvoudigweg opsommen van de geplande ingrepen ter naleving van de EPB-vereisten in de EPB-regelgeving is niet voldoende.

• De globale energieprestatie van het renovatieproject kan positief aangetoond worden via de berekening van de netto energiebehoeften voor verwarming en via een berekening van het jaarlijks primair energieverbruik.


Waterbeheer

Er wordt van een kandidaat bij deze projectoproep verwacht dat hij vernieuwende oplossingen aanreikt inzake beheer van oppervlaktewater, drinkwaterverbruik en regenwater, ... De projecten moeten een globale aanpak ontwikkelen voor de inbedding van het project in de watercyclus en de cyclus van het waterbeheer met betrekking tot het perceel, die stoelt op 3 belangrijke pijlers:

• Installaties aanbrengen en maatregelen nemen voor een rationeel verbruik met de bedoeling om de behoeften aan water bij ingebruikneming van het gebouw te beperken.

• Het regenwater op het perceel (bebouwde en niet-bebouwde gebieden) beheren met de bedoeling het stedelijk afvloeiend water te verminderen.

• Het grijze water (afvalwater) beheren waardoor het na behandeling opnieuw in hetzelfde project kan worden gebruikt

Materialen

• Naast de traditioneel vereiste esthetische, technische en economische prestaties, moet bij de keuze van bouwmaterialen ook rekening gehouden worden met de effecten op het milieu en de gezondheid. De paragraaf van het criterium 'milieukenmerken' wordt gewijd aan de inkomende materiaalstromen, d.w.z. de materialen die voor het project gebruikt en geïmporteerd zullen worden.

• Het hergebruik ter plaatse van ontmantelde materialen bij renovaties of heropbouwwerken wordt behandeld in het criterium 'kringloopeconomie'.

• De relevantie van de keuzes van het ontwerp en de bouwmaterialen kan ook een impact hebben op de veroudering van de bouwwerken, wat op termijn aanzienlijke afvalstromen genereert. Deze aspecten komen eveneens aan bod in het criterium 'kringloopeconomie'. De wijze waarop het kandidaat-project de milieu-impact van de instromende materialen minimaliseert zal worden beoordeeld op basis van aspecten in titel 1.3. van bijlage 1.


Natuurlijke omgeving en biodiversiteit

• De kandidatuurprojecten moeten de natuurlijke rijkdommen die op de site aanwezig zijn, valoriseren, de biodiversiteit versterken en bijdragen tot plaatselijke ecologische netwerken en systemen. Deze aanpak moet tegelijk ten goede komen aan de toekomstige gebruikers van het gebouw en aan hun relatie met de omringende natuur.

• De economische waarde van de site kan verhoogd worden door het ondoorlaatbare oppervlak te beperken (gebruik van waterdoorlatende bekleding) en voldoende groene ruimten aan te leggen. Zonder alle mogelijkheden op te noemen, zijn bomen, struiken, vochtige gebieden, gemengde soorten hagen, een moestuin en compostinstallatie, een boomgaard, groene daken en groene gevels, een bloemenweide (waarvan het gras slechts tweemaal per jaar gemaaid moet worden) mogelijke oplossingen. Voor de aanleg van het perceel kan advies gevraagd worden aan een landschapsarchitect of natuurdeskundige. De maatregelen die ten gunste van de fauna genomen worden, zoals doorlaatbare afbakeningen van het perceel voor de fauna en de installatie van toevluchtzones of habitats (voor amfibieën, nestelsites, ...) zullen eveneens gunstig beoordeeld worden.

• Naast de kwalitatieve aspecten zal ook aandacht besteed worden aan een kwantitatieve schatting van het type 'biotoopcoëfficiënt per oppervlakte' voor de aanvankelijke en voor de geplande toestand.

Comfort en gezondheid

De jury zal er eveneens op toezien dat rekening gehouden wordt met het akoestische, hygrothermische en visuele comfort en met de gezondheidskwaliteit van de lucht.

Een voorbeeldgebouw heeft slechts zin als de gebruiksvoorwaarden goed zijn. We brengen namelijk meer dan 90 % van ons leven binnenshuis door. Dat betekent dat het gebouw optimaal, of toch voor de meesten voldoende, comfort moet bieden. De jury zal dus ook aandacht hebben voor het algemeen comfortniveau dat het gebouw tijdens de ingebruikneming kan bieden. Dit gebied beslaat 4 essentiële subthema's die hierna worden besproken:

• Akoestisch comfort

• Visueel comfort

• Het ademcomfort en de gezondheidskwaliteit van de binnenlucht.

• Hygrothermisch comfort

De kandidatuurprojecten moeten ook verschillende thema's in aanmerking nemen met betrekking tot het beheer van het gebouw tijdens de gebruiksfase.

Het vuilnis: de verplichte vuilnisbeperking (beperking aan de bron, sorteren, recycleren, enz.) tijdens de uitbating zal positief in aanmerking genomen worden.

Onderhoud Een aanpak die de grote uitdagingen van de uitbating van het gebouw integreert vanaf de ontwerpfase, garandeert nadien een efficiënt beheer van het gebouw van de zijn uitrusting tijdens de uitbating. De onderhoudsfactoren in aanmerking nemen vanaf de ontwerpfase en de organisatorische stappen incalculeren die de controle mogelijk maken van de implementering van de geselecteerde maatregelen, krijgt een gunstige beoordeling van de jury.

De fase van de uitbating van het gebouw vormt een ideale gelegenheid om gegevens over het bewoonde en beleefde gebouw te delen en te verspreiden: deze feedback biedt de verschillende actoren in de bouwindustrie een inkijk in de verschillende stappen binnen een project, in de werking en de evolutie van het gebouw en van zijn onderdelen, met name de technische installaties en de werkelijke bereikte prestaties.

Mobiliteit

Elk project moet bij zijn inplanting, samenstelling en stedelijke integratie rekening houden met de mobiliteitsuitdagingen in Brussel. De promotie van de zachte mobiliteit (met naleving van de gewestelijke stedenbouwkundige verordening, GSV) wordt nagestreefd en steeds gevaloriseerd.

Het project wordt door de jury o.m. op volgende punten geanalyseerd:

Toegankelijkheid van het project: de bereikbaarheid van de site en de nabijheid van voorzieningen moeten overeenstemmen met de functie van het gebouw, zodat de nood aan gemotoriseerde verplaatsingen beperkt blijft. Het gaat dus om het inventariseren van, enerzijds, de alternatieven voor de auto en, anderzijds, de aanwezigheid van verschillende voorzieningen rondom de site op een afstand die gemakkelijk met zachte vervoersmiddelen overbrugd kan worden.

Mobiliteit binnen het project: het potentieel dat het project biedt, zal eveneens onderzocht worden.

Gezien de talrijke negatieve gevolgen van een lineaire economie is een nieuw model vereist. Sinds enkele jaren worden stappen ondernomen om tegemoet te komen aan de schaarsheid van hulpbronnen, de stijging van de grondstofprijzen, de klimaateffecten, de productiewijzen en verbruiksgewoonten die voor iedereen nadelig zijn.

Projecten die ernaar streven om stocks en materiaal- en afvalstromen te optimaliseren, en daarbij bijdragen tot het veiligstellen van banen, de bevoorrading van het grondgebied en het opzetten van lokale activiteiten, moeten aangemoedigd worden om economische, sociale en milieugebonden waarden te creëren. Volgende aspecten worden dus gunstig beoordeeld:

Luik 'beheer van de materiaalbronnen'

Het is de bedoeling de afvalproductie te beperken.

De preventie bestaat erin de bestaande bebouwing maximaal te behouden (voor renovaties) en tegelijk de principes van het eco-ontwerp toe te passen op de bouwsystemen en -technieken (nieuwe bouwwerken en renovaties), met onder meer:

• Het onderzoeken van de "demonteerbaarheid" van bouwelementen en gebouwen (nieuwe verbindingstechnieken, aangepast gereedschap, ...);

• De aanpak die de 'omkeerbaarheid' toejuicht, d.w.z. de functionele aanpassing van gebouwen, zonder daarvoor zware renovaties te moeten doen.

Het effectieve hergebruik voor renovatiewerken dient aangemoedigd te worden via:

• De opmaak van een inventaris van de ter plaatse aanwezige materialen en elementen - de afbraakwerkwijzen waarvoor een sterk ontwikkelde selectieve sortering op de werf van toepassing is en waarvoor maatregelen uitgewerkt worden die het afvalbeheer in het algemeen verbeteren;

• Werkwijzen waarvoor de principes van hergebruik van materialen ter plaatse van toepassing zijn (op het perceel of voor de inrichtingen in de buurt van het perceel);

• De aanpak die de weg vrijmaakt voor later hergebruik (inontvangstname door een doorverkoper van materiaal bestemd voor hergebruik,...).

Socio-economisch luik

• Het mobiliseren van businessmodels en innovatieve financieringsmodellen (bv.: leasing van materialen, financiering door derden, ...);

• Projecten die de plaatselijke knowhow benutten, bijvoorbeeld via clusters van Brusselse bedrijven, het leveren van materialen via korte ketens, ...;

• De voorbeeldacties inzake opleiding van werkkrachten (verbintenis om jongeren op de werf op te leiden, sociale clausules in de bestekken, overeenkomst met Actiris, ...).

Kostprijs van de constructie en beheers- en exploitatiekosten

• Het ter beschikking stellen aan de Brusselaars van financieel toegankelijke woningen is een wezenlijk element van het reproduceerbare karakter van de bouw-/vernieuwingsoperaties.

• Zeer talrijke beslissingen met betrekking tot bouw- of renovatieprojecten houden slechts rekening met de investeringskosten. Een financiële analyse op middellange en lange termijn waardoor de kostenstructuur (integratie van de exploitatie- en onderhoudskosten) in functie van de verschillende geselecteerde opties in kaart gebracht wordt, kan het voorbeeldkarakter van een project opwaarderen.

Kristiaan Borret, Brusselse bouwmeester

Kristiaan Borret, Brusselse bouwmeester

Benoît Périlleux, Bruxelles Développement Urbain

Benoît Périlleux, Bruxelles Développement Urbain